Breien
Hoe begin je met breien: welke naalden, welke wol en welke steken eerst?
5 artikelen
Nieuwste artikelen in de rubriek
De gids van de rubriek
Van de eerste lus naar je eerste breiwerk
Je wilt beginnen met breien, maar tussen alle soorten garen, naalden en patronen is het niet meteen duidelijk wat je nodig hebt. Houd het eenvoudig: kies materiaal dat prettig in je handen ligt, oefen eerst met opzetten en rechte steken en voeg daarna de averechte steek toe. Zo bouw je stap voor stap aan een proeflapje en kun je daarna een klein, overzichtelijk project kiezen.
Wat heb je nodig voor je eerste breiproject?
Voor je eerste oefening zijn breinaalden en garen genoeg. Kies een glad, lichtgekleurd garen waarvan je de steken goed kunt zien. Een pluizige draad of een heel donker garen maakt het lastiger om te tellen en fouten te herkennen. De band rond de bol vermeldt welke naalddikte bij het garen past; gebruik die aanwijzing als startpunt.
Rechte naalden zijn geschikt om heen en weer te breien aan een lapje. Met een rondbreinaald kun je ook heen en weer werken, zolang je het werk aan het einde van iedere rij keert. Voor rondbreien, zoals bij sommige sokken, zijn andere technieken en naaldopstellingen nodig. Begin daarom met het gereedschap dat past bij je eerste project, niet met een uitgebreide set.
Welke steken leer je als eerste?
Begin met steken opzetten en de rechte steek. Bij elke rechte steek haal je een nieuwe lus door een lus op de linkernaald; daarna laat je de oude lus van die naald glijden. Als alle steken recht worden gebreid en je het werk na iedere rij keert, krijg je ribbels aan beide kanten. Dat maakt het een overzichtelijke manier om het ritme van breien te oefenen.
Daarna kun je de averechte steek leren. Door rechte en averechte steken te combineren, ontstaan onder meer boord- en structuurpatronen. De basissteken herkennen en combineren helpt je om een patroonbeschrijving beter te volgen. Flow beschrijft de rechte en averechte steek als de basis voor veel andere breisteken; ook het advies om bij het opzetten de lussen niet te strak aan te trekken, helpt om een rand te voorkomen die het werk samentrekt (Flow over basisbreisteken).
Hoe kies je een haalbaar eerste project?
Kies iets kleins en rechttoe rechtaan, waarbij je vooral de steken kunt oefenen. Een proeflapje laat zien hoe je handen de draadspanning vasthouden. Een eenvoudige sjaal is een logisch vervolg: je breit heen en weer en kunt dezelfde steek herhalen. Met een eenvoudige sjaal als eerste project oefen je ook met het afwerken van begin- en eindrand.
Wacht met ingewikkelde patronen tot je de basisbewegingen herkent. Patentsteek maakt bijvoorbeeld een opvallende, volle structuur, maar vraagt aandacht voor het patroon en kan meer garen gebruiken dan een eenvoudiger steek. Als je de rechte en averechte steek al beheerst, kun je een patentsteek uitproberen als volgende oefening. De uitleg van Fischer Wolle benadrukt dat een proeflapje helpt controleren of de gekozen naalddikte en stekenverhouding bij een project passen (Fischer Wolle over stekenverhouding en patronen).
Hoe zet je steken op en oefen je de eerste rijen?
- Lees het patroon of de oefening en bepaal hoeveel steken je nodig hebt.
- Zet die steken op de naald. Trek de lussen niet strak aan: je moet de punt van de andere naald er nog doorheen kunnen steken.
- Houd de naald met de steken in je linkerhand en de lege naald in je rechterhand. Brei de eerste rij recht en keer je werk.
- Brei nog een paar rijen en kijk geregeld of je nog hetzelfde aantal steken hebt.
- Oefen daarna de averechte steek op een nieuw stukje of volgens een eenvoudig patroon.
De eerste rand kan ongelijk zijn; dat is oefenmateriaal, geen reden om meteen opnieuw te beginnen. Bij steken opzetten met een passende methode kun je verschillende manieren vergelijken en letten op een rand die niet te strak zit. De basisstappen voor opzetten, recht en averecht breien en afkanten staan ook beschreven in de mini-cursus van vtwonen.
Waaraan zie je dat je klaar bent voor een groter werk?
Bekijk je lapje na enkele rijen. Zijn de steken herkenbaar, blijft het aantal ongeveer gelijk en kun je de naald zonder veel kracht door de lussen steken? Dan heb je een bruikbare basis om een eenvoudig project te proberen. Als het werk steeds smaller wordt, controleer dan of je aan het begin van een rij niet per ongeluk een steek overslaat. Extra lussen kunnen juist ontstaan wanneer je de draad onbedoeld om de naald slaat.
Voor kleding of accessoires waarbij de maat belangrijk is, maak je eerst een proeflapje met het garen, de naalden en het patroon van het project. Meet het gebreide vlak en vergelijk het met de stekenverhouding in het patroon. Voor een eerste sok is het verstandig de extra stappen rond hiel en teen mee te nemen in je keuze; de onderdelen van sokken breien vragen meer dan alleen rechte rijen.