Naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op · 33 artikelen · 3 rubrieken

Atelier la Vivière

Een deken breien lukt met een passende maat en een helder plan

Een gebreide deken is een groter project, maar je hoeft niet meteen een ingewikkeld patroon te volgen. Met een eenvoudige steek, een proeflapje en een berekening voor jouw gewenste maat kun je rustig beginnen.

Door Marloes Visser · · 6 min leestijd

Opgevouwen gebreide deken in oudroze met bol garen op houten tafel

Je wilt een deken breien, maar twijfelt misschien over de breedte, het garen of het aantal steken. Dat is logisch: een kleine afwijking in je stekenverhouding werkt door over een hele lap. Kies daarom eerst een maat die bij je gebruik en beschikbare tijd past. Daarna maak je een proeflapje en reken je het aantal steken uit. Hieronder staat een uitvoerbaar beginnersproject in ribbelsteek, met rekenvoorbeelden en controles om de deken tijdens het breien recht en gelijkmatig te houden.

Welke dekenmaat past bij jouw gebruik?

Bepaal eerst waar je de deken voor wilt gebruiken. Een kleed voor over je benen vraagt niet hetzelfde formaat als een deken die je over een bed wilt leggen. Meet de plek of het voorwerp waar de deken voor bedoeld is en schrijf de gewenste breedte en lengte op. Zo voorkom je dat je begint met een willekeurig aantal steken en pas halverwege ontdekt dat het werk niet past.

Voor het beginnersproject hieronder gebruiken we als rekenvoorbeeld een lap van 80 cm breed en ongeveer 100 cm lang. Dat is een gekozen voorbeeldmaat, geen vaste standaard. Je kunt de berekening aanpassen aan jouw eigen doel. Houd er rekening mee dat de uiteindelijke afmeting kan afwijken door je persoonlijke manier van breien en door de reactie van het garen op wassen en drogen.

Welk garen en welke steek maken het project haalbaar?

Kies een garen dat prettig door je handen glijdt en waarvan het etiket duidelijke informatie geeft over de aanbevolen naalddikte en het onderhoud. Een garen is niet automatisch geschikt omdat het even zwaar lijkt als een ander: vezels en looplengte kunnen verschillen. Vergelijk daarom ook de stekenverhouding op het etiket en maak een proeflapje met het garen dat je werkelijk wilt gebruiken. De uitleg van ikwilbreien.nl over garen vervangen benadrukt eveneens dat gewicht alleen geen betrouwbare vergelijking is en dat een proeflapje helpt om de uitkomst te controleren.

Voor dit eerste project is ribbelsteek geschikt: je breit iedere naald recht. Daarmee kun je je aandacht richten op een gelijkmatige draadspanning en op het tellen van de naalden. Een steek met structuur of kleurwerk kan later interessant zijn, maar vraagt meer aandacht voor herhalingen. Als je nog moet oefenen met opzetten en de basisbewegingen, vind je die uitleg bij beginnen met breien. Een muts is een kleiner project om tussendoor steken te oefenen; daarvoor kun je ook een passende muts breien.

Hoe bereken je het aantal steken?

De stekenverhouding is het aantal steken en naalden dat in een bepaalde breedte of hoogte past. Voor je berekening gebruik je de breedte van 10 cm in je eigen proeflapje, niet alleen het getal op het etiket. De uitleg van Phildar over het proeflapje adviseert een vierkant van 15 bij 15 cm, zodat je binnen dat lapje een meetvlak van 10 bij 10 cm kunt tellen. Het merk legt ook uit dat de naalddikte uit een patroon kan verschillen van die op het garenetiket.

Gebruik voor de breedte deze formule:

gewenste breedte in cm ÷ 10 × jouw steken per 10 cm = op te zetten steken

Rekenvoorbeeld: stel dat je proeflapje 16 steken per 10 cm heeft en je wilt 80 cm breed breien. Dan is de berekening 80 ÷ 10 × 16 = 128 steken. Zet dus 128 steken op voor dit voorbeeld. Krijg je bij jouw proeflapje bijvoorbeeld een ander aantal steken per 10 cm, gebruik dan dat eigen getal in de formule. Rond pas af wanneer een patroonsteek dat nodig maakt; in ribbelsteek is voor dit eenvoudige voorbeeld geen patroonherhaling die een veelvoud vereist.

Brei eerst het proeflapje met dezelfde naalden en steek als je voor de deken wilt gebruiken. Meet het, was en droog het volgens de verzorgingsmethode die je voor de deken overweegt, en meet daarna opnieuw. Knytstudio beschrijft het meten in het midden van een proeflapje en adviseert de stekenverhouding na wassen en drogen te controleren; bij een afwijking kun je de naalddikte aanpassen en opnieuw meten. Als jouw proeflapje veel meer steken per 10 cm heeft dan je uitgangspunt, is het breiwerk dichter en smaller bij hetzelfde opzetgetal. Verander dan niet tegelijk meerdere dingen: probeer een andere naalddikte, brei opnieuw een proeflapje en reken met de nieuwe meting.

Hoe brei je de deken stap voor stap?

  1. Noteer de gewenste maat, het garen, de naalddikte en de stekenverhouding na het wassen van je proeflapje. Voor het voorbeeld is de breedte 80 cm, de opzet 128 steken en de beoogde lengte ongeveer 100 cm.
  2. Zet 128 steken losjes op. Een te strakke opzet kan de onderrand intrekken. Spreid de steken over de naald en controleer vóór de eerste naald dat er geen lus om de naald is gedraaid.
  3. Brei iedere naald recht. Leg aan het begin van iedere naald een telmarkering of schrijf het aantal voltooide naalden op. Zo kun je na een pauze de draad weer oppakken zonder te gokken.
  4. Meet de breedte nadat je enkele centimeters hebt gebreid. Leg het werk plat neer zonder eraan te trekken. Komt de breedte duidelijk niet overeen met wat je proeflapje voorspelde, pauzeer dan en controleer je stekenaantal en spanning.
  5. Ga verder tot de lap ongeveer 100 cm lang is. De lengte kun je berekenen met de naaldenverhouding van je proeflapje. Als dat 22 naalden per 10 cm oplevert, is 100 ÷ 10 × 22 = 220 naalden een eerste schatting. Meet tussendoor; de naaldenverhouding is een hulpmiddel, geen garantie voor exact dezelfde lengte.
  6. Kant de steken af met voldoende ruimte, zodat de bovenrand niet strakker wordt dan de rest van de deken. Werk de draadeinden met een stopnaald aan de achterkant weg, zonder de stof samen te trekken.

Het verbruik kun je het best plannen op basis van het patroon of een proeflapje van hetzelfde garen. Heb je geen patroon, dan kun je je proeflapje wegen en dat vergelijken met het oppervlak dat je wilt breien, maar behandel de uitkomst als een schatting: randen, spanning en uiteindelijke maat beïnvloeden het verbruik. Koop of reserveer waar mogelijk garen uit dezelfde kleurbatch als kleurverschil tussen bollen ongewenst is. Noteer ook het label of maak er een foto van; dan heb je de samenstelling en wasinstructies later bij de hand.

Hoe controleer je of de deken goed uitkomt?

Leg het werk regelmatig plat en controleer drie dingen: de breedte, de vorm van de zijkanten en de gelijkmatigheid van de steken. Als de zijkant golft, kan dat komen doordat je aan het einde van een naald ongemerkt een steek toevoegt. Als de lap smaller wordt, controleer dan of je aan het begin of einde steken overslaat. Tel zo nodig de steken op de naald en vergelijk ze met de 128 steken van het rekenvoorbeeld.

Na het afkanten meet je de deken opnieuw, zonder de randen uit te rekken. Volg het onderhoudsetiket van het garen. De breihandleiding van Craft Yarn Council waarschuwt dat je de was- en drooginstructies van het garen moet volgen; bij handwas adviseert de handleiding het natte breiwerk te ondersteunen en plat te laten drogen om uitrekken te vermijden. De richtlijn is algemeen, dus het etiket van jouw specifieke garen blijft leidend.

Meet de deken na het drogen nogmaals en noteer de uiteindelijke breedte en lengte. Als de randen licht naar binnen rollen, kun je beoordelen of voorzichtig opspannen voor dit garen geschikt is; controleer eerst de vezel- en onderhoudsinformatie. Trek nooit hard aan de stof om een maat te forceren. Een geslaagde eerste deken hoeft geen ingewikkeld patroon te hebben: een haalbare maat, een gecontroleerde stekenverhouding en aandacht voor de randen maken het werk overzichtelijk van de eerste opzet tot de laatste draad.

Veelgestelde vragen

Welke steek is het makkelijkst voor een eerste deken?

Ribbelsteek is een toegankelijke keuze: je breit iedere naald recht, zodat je geen patroonherhaling met meerdere soorten steken hoeft bij te houden. Maak wel eerst een proeflapje, want de steekverhouding hangt af van jouw garen, naalden en manier van breien. Kies bij voorkeur garen waarvan je het wasetiket kunt volgen en controleer hoe het proeflapje na wassen en drogen aanvoelt.

Hoeveel steken moet ik opzetten voor een deken van 80 cm breed?

Dat hangt af van jouw stekenverhouding. Tel de steken in het midden van een gewassen en gedroogd proeflapje over 10 cm. Bij 16 steken per 10 cm is de berekening 80 ÷ 10 × 16, dus 128 steken. Bij een andere stekenverhouding verandert het aantal. Meet ook na enkele centimeters breiwerk de werkelijke breedte om te zien of die bij je proeflapje aansluit.

Kan ik restjes garen gebruiken?

Dat kan, zolang je rekening houdt met verschillen in dikte, vezel en onderhoud. Als de draadsoorten duidelijk anders zijn, kan de stof plaatselijk anders vallen of anders reageren op wassen. Brei eerst kleine proeflapjes met de gekozen combinaties en bekijk hoe ze samen aanvoelen. Controleer bovendien de looplengte en het wasetiket, zodat je weet welk garen voorzichtig behandeld moet worden.

Moet ik een proeflapje voor een deken echt wassen?

Dat is verstandig als je wilt weten hoe het breiwerk zich na onderhoud gedraagt. Volg voor het proeflapje dezelfde was- en droogmethode die je voor de deken wilt gebruiken. Meet daarna opnieuw; de maat of structuur kan veranderen. Bewaar de gemeten stekenverhouding bij je notities. Zo kun je later nagaan waarom je opzetberekening klopt of juist aangepast moet worden.

In de rubriek Breien