Naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op · 32 artikelen · 3 rubrieken

Atelier la Vivière

Met een gratis patroon een muts breien die goed past

Je hebt garen en naalden klaarliggen, maar zoekt nog een gratis patroon voor een muts die niet te strak of te wijd wordt. Met de juiste maat, een proeflapje en gecontroleerde minderingen voorkom je de meest voorkomende verrassingen.

Door Marloes Visser · · 6 min leestijd

Roze gebreide muts met omslag naast bol garen op houten tafel

Een muts lijkt een overzichtelijk breiproject, maar het patroon moet wel passen bij je hoofd, je garen en je manier van breien. Een gratis patroon dat voor een bepaalde naalddikte of stekenverhouding is geschreven, geeft niet vanzelf hetzelfde resultaat met ander materiaal. Kijk daarom eerst naar de maat en de gebruikte steken, en controleer daarna of je stekenaantal bij het patroon past. Hieronder lees je hoe je een beginnerpatroon kiest, welke verschillen ertoe doen en hoe je de minderingen controleert voordat je de kruin sluit.

Waar let je op bij een gratis mutsenpatroon?

Kies eerst de vorm en techniek die je wilt maken. Een eenvoudige muts in boordsteek en tricotsteek vraagt minder patroonlezen dan een model met kabels, kleurwerk of ingewikkelde motieven. Boordsteek is een afwisseling van rechte en averechte steken; die ribbelige structuur rekt doorgaans mee rond het hoofd. Tricotsteek in het rond bestaat uit rechte steken. Een patroon voor plat breien kan diezelfde stof anders beschrijven, omdat je aan de achterkant averecht breit.

Kijk vervolgens naar de maat, de aanbevolen naalden, het garen en vooral de stekenverhouding. Die verhouding is het aantal steken en toeren binnen een proefvlak van 10 bij 10 cm. Een afwijking beïnvloedt de omtrek én de hoogte: te veel steken op 10 cm leveren een smaller werk op, terwijl te weinig steken het breder maken. Beginners kunnen eerst de basis van opzetten en recht en averecht breien oefenen met de uitleg over breien vanaf de eerste steken.

Een gratis patroon van Wolplein noemt bijvoorbeeld een hoofdomtrek van 56 tot en met 58 cm, een rondbreinaald van 10 mm met een kabel van 40 cm en een opzet van 40 steken. Dat is een concreet patroonvoorbeeld, geen universele maatregel. Wolplein vermeldt bovendien 1 bol van het ene genoemde garen of 2 bollen van een ander, en geeft aan dat het werk bij het dragen breder en korter wordt. Behandel dit als de materiaalkeuze en uitleg van die aanbieder; met een ander garen of een andere hand van breien kan de uitkomst verschillen. De volledige mutsinstructie van Wolplein bevat ook de toerbeschrijving.

Welk gratis patroon past bij jouw ervaring?

Vergelijk patronen niet alleen op de foto. Een model dat in het rond wordt gebreid, kan een rondbreinaald én korte naalden zonder knop nodig hebben zodra de steken voor de kruin minder worden. Een plat gebreide muts vraagt meestal om een naad. Let ook op of het patroon meerdere maten geeft, of het mutsmodel omgevouwen wordt en of de boord een herhaling van bijvoorbeeld twee steken vereist. Zo voorkom je dat je halverwege ontdekt dat je stekenaantal niet bij de beschreven herhaling past.

Een patroon met alleen rechte en averechte steken kan toegankelijk zijn, maar een beginner moet nog steeds de toergrens herkennen, steken tellen en een proeflapje maken. Ben je nog aan het oefenen, kies dan liever een patroon met duidelijke afkortingen en een maat die dicht bij je eigen meting ligt. Wie liever eerst een groter project maakt, vindt bij een eenvoudige trui voor beginners een andere toepassing van dezelfde basisvaardigheden.

Een alternatief laat zien waarom de stekenverhouding belangrijk blijft, ook als een patroon op het eerste gezicht eenvoudig lijkt. Het DROPS-patroon Warm Whish geeft drie maatopties voor hoofdomtrekken van 54/56, 56/58 en 58/60 cm. Het vermeldt voor de boordsteek met twee draden 17 steken en 20 naalden per 10 bij 10 cm, en voor tricotsteek 15 steken en 20 naalden. De muts begint afhankelijk van de maat met 68, 72 of 76 steken en wordt vanaf 22, 24 of 26 cm geminderd. Dat zijn gegevens van dit specifieke ontwerp, geen getallen om zonder meer op een ander patroon over te nemen. Bekijk de volledige maat- en gareninformatie in het DROPS-patroon Warm Whish.

Hoe controleer je de steken en minderingen?

Lees het patroon helemaal door voordat je begint. Zoek de opzet, de herhaling van de boord, de totale hoogte vóór de kruin en de minderingen. Controleer bij iedere mindering hoeveel steken verdwijnen en hoeveel er op de naald overblijven. In het Wolplein-voorbeeld is de rekenstap controleerbaar: van 40 steken blijven na toer 40 er 30 over, na toer 41 zijn dat er 20, na toer 42 zijn er 10 en na toer 43 nog 5. De laatste draad wordt door die 5 steken gehaald om de opening te sluiten.

Deze telling klopt alleen als je de beschreven herhalingen precies uitvoert. In toer 40 wordt telkens 2 steken samen gebreid en daarna 2 steken recht; per herhaling worden dus 4 steken verwerkt en blijven er 3 over. Tien herhalingen brengen 40 steken terug tot 30. In de volgende toer verwerkt elke herhaling 3 steken tot 2, zodat 30 steken 20 worden. Daarna halveert elke toer het aantal: 20 naar 10 en 10 naar 5. Markeer het begin van de toer en tel na iedere mindertoer na. Als jouw beginaantal afwijkt, kun je deze aantallen niet zomaar blijven volgen.

Pas de maat niet aan door alleen steken weg te laten zonder opnieuw te rekenen. Het patroon van Wolplein vraagt voor een grotere of kleinere maat om meer of minder steken, maar houdt daarbij een even aantal aan. Dat is een aanwijzing voor dit patroon; het garandeert niet dat elke wijziging goed uitkomt met je garen, spanning en gewenste omtrek. Bij een patroon met een ribbelherhaling of meerdere gelijkmatig verdeelde minderingen kan een ander aantal nodig zijn. Gebruik bij twijfel een patroon met de maat die je zoekt in plaats van een bestaande kruin op gevoel te veranderen.

Hoe werk je stap voor stap?

Meet je hoofdomtrek met een meetlint op de plek waar de muts zal zitten. Houd het lint aansluitend, maar trek het niet strak. Kies daarna een patroon met een maat die bij die meting past. Een muts moet kunnen aansluiten en het patroon bepaalt hoeveel rek en ruimte het model heeft; neem dus niet automatisch aan dat de afgewerkte omtrek gelijk moet zijn aan je hoofdmeting.

Maak vervolgens een proeflapje met het gekozen garen en de naalden. Brei het in de steek die het patroon als maatgevend noemt, meet het midden van het lapje en vergelijk het aantal steken met de instructie. Kom je op 10 cm op meer steken uit dan aangegeven, dan brei je dichter en wordt dezelfde opzet waarschijnlijk smaller. Kom je op minder steken uit, dan wordt die waarschijnlijk wijder. Pas zo nodig je naalddikte aan en maak opnieuw een proeflapje. Volg bij een patroon met twee draden ook de opgegeven combinatie; één draad gebruiken verandert de dikte van de stof.

Zet het voorgeschreven aantal steken op, sluit het werk alleen als het patroon rondbreien voorschrijft en let erop dat de opzet niet om de naald gedraaid zit. Plaats een markeerder bij het begin van de toer. Brei de boord en het hoofddeel tot de hoogte die bij jouw maat hoort. Houd tijdens het werk de stekenverhouding in de gaten en meet de hoogte zonder het breiwerk uit te rekken. Schakel voor de minderingen over op naalden zonder knop of een andere geschikte methode als de omtrek te klein wordt voor je rondbreinaald.

Hoe zie je of de muts goed is gelukt?

Controleer eerst de afgewerkte omtrek en hoogte, en pas de muts voorzichtig. De boord moet blijven zitten zonder oncomfortabel te knellen; de kruin moet sluiten zonder een groot gat of een harde bobbel. Let ook op het motief: bij boordsteek horen rechte en averechte ribbels door te lopen, behalve waar het patroon minderingen voorschrijft. Werk losse eindjes weg en volg de wasinstructies van het garen. Wolplein noemt voor zijn voorbeeld een eindhoogte van ongeveer 20 cm vanaf de boord; dat getal hoort bij dat specifieke ontwerp en is geen standaard voor elke muts.

Als het resultaat te kort, te lang, te wijd of te strak is, noteer dan wat je hebt gebruikt: garen, naalddikte, steken op 10 cm en de uiteindelijke afmetingen. Daarmee kun je bij een volgende muts gericht kiezen of je de naalden, maat of het patroon aanpast. Verander niet tegelijk meerdere onderdelen; dan wordt lastiger te zien welke keuze het verschil maakte.

Veelgestelde vragen

Kan ik een patroon voor een andere hoofdomtrek aanpassen?

Dat kan, maar pas niet zomaar een willekeurig aantal steken toe. Meet je hoofd, maak een proeflapje en bereken hoeveel steken bij de gewenste omtrek en jouw stekenverhouding horen. Controleer ook of het nieuwe aantal past bij de boordsteek en gelijkmatig te verdelen is over de minderingen. Als je nog weinig ervaring hebt, is een patroon met meerdere maten vaak eenvoudiger dan een patroon zelf omrekenen.

Moet ik een muts altijd in het rond breien?

Nee. Een muts kan in het rond worden gebreid of plat, heen en weer, en later met een naad worden gesloten. Rondbreien voorkomt een verticale naad en je breit tricotsteek doorgaans aan de buitenkant steeds recht. Plat breien kan prettig zijn als je rechte naalden hebt, maar je moet de goede en verkeerde kant uit elkaar houden en de naad netjes afwerken.

Wat doe ik als mijn muts na het breien te groot is?

Controleer eerst of de muts volgens het patroon is gewassen of geblokt; sommige garens veranderen daarbij van vorm. Is de muts duidelijk te ruim, dan kun je de boord eventueel met een draad elastiek verstevigen, maar dat lost een veel te grote muts niet altijd mooi op. Voor een volgende versie is het betrouwbaarder om de stekenverhouding en maat opnieuw te meten en een kleiner passend patroon te kiezen.

In de rubriek Breien