Zo maak je een stevig reliëf met de wafelsteek
Wil je een haakwerk met een duidelijk, bijna geruit reliëf? Met stokjes en reliëfstokjes bouw je de wafelsteek rij voor rij op. Een proeflapje helpt je de techniek en je garenkeuze te testen voordat je aan een groter project begint.
De wafelsteek bestaat uit stokjes en reliëfstokjes die je in een terugkerend patroon haakt. De opstaande steken vormen de kenmerkende vakjes, maar maken het werk ook dikker en kunnen extra garen vragen. Hieronder lees je hoe je het patroon opzet, welk garen je kunt proberen en hoe je controleert of je lapje recht blijft.
Wat heb je nodig voor de wafelsteek?
Je hebt garen, een passende haaknaald en een schaar nodig. De wafelstructuur komt duidelijker uit als het reliëf goed zichtbaar blijft; een effen garen is daarom een handige eerste keuze. Pluizig of sterk gemêleerd garen kan de steken minder goed laten uitkomen. De aanbeveling op het garenlabel is een startpunt voor je haaknaald, geen garantie dat jouw proeflapje precies zo uitvalt.
De steek combineert gewone stokjes met reliëfstokjes vóór. Bij een reliëfstokje vóór steek je de haaknaald van voren naar achteren en weer naar voren om de steel van een stokje uit de vorige toer. Je haakt het stokje vervolgens zoals gewoonlijk. Oefen dit zo nodig eerst met de basissteken van het haken.
Hoe zet je de wafelsteek op?
Een veelgebruikte opzet is een lossenketting met een aantal steken dat deelbaar is door drie, plus vijf lossen. De eerste toer haak je stokjes vanaf de vierde losse vanaf de naald. Het precieze aantal keerlossen en de randsteken kunnen per patroon verschillen; houd bij een bestaand patroon daarom diens instructies aan. Deze opzet en werkwijze worden ook gebruikt in de uitleg van Wolplein.
Haak daarna de reliëftoeren als volgt:
- Haak twee keerlossen en begin met een reliëfstokje vóór om het eerste stokje van de vorige toer. Haak daarna twee gewone stokjes. Herhaal deze reeks tot het einde van de toer.
- Haak twee keerlossen en keer je werk. Haak nu twee reliëfstokjes vóór om de twee gewone stokjes van de vorige toer en daarna één gewoon stokje. Herhaal deze reeks tot het einde.
- Blijf deze twee reliëftoeren afwisselen. Haak aan het begin en einde de randsteken volgens de opzet van je patroon.
Tel na elke toer je steken en kijk of het reliëf verspringt zoals bedoeld. Gebruik je een ander patroon met een andere opzet of rand, volg dan dat patroon in plaats van de aantallen hierboven te combineren.
Welk garen past bij je project?
Voor een proeflapje is garen met een gladde draad praktisch: je kunt de gewone stokjes en de opstaande reliëfsteken goed onderscheiden. Een dikkere draad geeft doorgaans een grovere structuur dan een dunne, maar de uitkomst hangt ook af van je hand van haken en naalddikte. Kies daarom niet alleen op vezel of kleur; let ook op de meters per bol en de aanbevolen naalddikte.
De wafelsteek kan meer garen verbruiken dan een vlak met gewone stokjes. Een test van drie garens door C.R. Couture liet bovendien verschillende oppervlaktes per gebruikte meter zien; de uitkomsten golden voor hun specifieke proeflapjes en materialen, niet als vaste verbruiksnorm. Voor een groter project kun je dus beter eerst een proeflapje maken en het verbruik daarvan gebruiken om je hoeveelheid in te schatten.
Hoe controleer je je proeflapje?
Leg het lapje plat zonder eraan te trekken. Controleer of de randen ongeveer recht lopen, de reliëfkolommen regelmatig verspringen en je geen steken hebt overgeslagen. Golft het lapje, dan kan de spanning of het aantal steken aan de rand een rol spelen. Trekt het juist samen, controleer dan of je niet te strak haakt en of je reliëfsteken op de juiste plek zitten.
Was of behandel het proeflapje alleen zoals je het uiteindelijke werk wilt verzorgen en volg daarvoor het garenlabel. Meet daarna de breedte en hoogte en noteer hoeveel garen je hebt gebruikt. Zo kun je beter inschatten hoeveel materiaal je nodig hebt en beslissen of je de steek prettig vindt voor je gekozen project.
Waar komt de wafelsteek goed tot zijn recht?
Door het stevige reliëf is de steek geschikt voor bijvoorbeeld een deken, kussenhoes of vaatdoek. Het oppervlak kan dik aanvoelen, dus voor kleding of iets dat soepel moet vallen is een proeflapje extra nuttig. Je kunt de wafelsteek ook combineren met vlakkere steken voor afwisseling; bekijk daarvoor eventueel het overzicht van haaksteken.
Veelgestelde vragen
Is de wafelsteek geschikt voor beginners?
Je kunt de wafelsteek proberen zodra je stokjes en reliëfstokjes kunt haken. De herhaling is overzichtelijk, maar het kan even duren voordat je de reliëfsteken steeds om de juiste steek haakt. Oefen eerst een klein lapje en leg het werk regelmatig neer om te zien of de structuur klopt.
Gebruikt de wafelsteek meer garen dan gewone stokjes?
Dat kan: de opstaande reliëfsteken maken het haakwerk voller dan een vlak met alleen stokjes. Hoeveel extra garen je nodig hebt, hangt onder meer af van het garen, de haaknaald en hoe strak je haakt. Maak daarom een proeflapje met het materiaal dat je voor je project wilt gebruiken.
Wat kun je haken met de wafelsteek?
De structuur past bij projecten waarbij je een dikker, voelbaar oppervlak wilt, zoals een deken, kussenhoes of vaatdoek. Houd er rekening mee dat reliëf aan de ene kant duidelijker kan uitkomen dan aan de andere. Kies de steek dus op basis van hoe je het eindproduct wilt gebruiken en tonen.