Naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op · 31 artikelen · 3 rubrieken

Atelier la Vivière

Half stokje haken lukt met deze stappen en controles

Wil je een half stokje haken, maar twijfel je waar de haaknaald moet insteken of hoeveel lussen je tegelijk doorhaalt? Met deze uitleg maak je de steek stap voor stap en controleer je meteen of je rij recht blijft.

Door Marloes Visser · · 5 min leestijd

Gebreid rechthoekig proeflapje met halve stokjes naast groene bol wol

Een half stokje zit qua hoogte tussen een vaste en een heel stokje. Je herkent de steek aan de manier waarop je hem afmaakt: na het ophalen van de draad staan er drie lussen op je haaknaald, en die haal je in één beweging door. Dat klinkt eenvoudig, maar bij de eerste rijen zijn de insteekplaats en de keerlossen vaak even zoeken. Hieronder oefen je de beweging op een klein lapje en leer je je steken tellen.

Wat heb je nodig en waar let je op?

Neem garen en een haaknaald die bij elkaar passen. Op het etiket van het garen staat doorgaans een aanbevolen naalddikte; gebruik die als startpunt en houd dezelfde combinatie aan tijdens je proeflapje. Een glad, lichtgekleurd garen maakt de bovenkant van de steken makkelijker zichtbaar dan pluizig of donker garen. Je hebt ook een schaar nodig en eventueel een steekmarkeerder om het begin van een toer aan te wijzen.

Kun je een losse haken en weet je hoe je de haaknaald door een steek steekt, dan kun je deze steek oefenen. Als je eerst materiaal en basisbewegingen wilt nalopen, vind je uitleg bij beginnen met haken. Trek het garen niet strak aan: de drie lussen moeten zonder veel kracht over de haaknaald kunnen glijden.

Hoe herken je een half stokje in een patroon?

In een Nederlandstalig patroon staat meestal “half stokje”; een veelgebruikte afkorting is hstk. Engelstalige patronen vragen extra oplettendheid. Een Amerikaans patroon gebruikt voor dezelfde steek de naam half double crochet, afgekort hdc. In Britse termen heet die half treble crochet, afgekort htr. Het zijn dus twee namen voor dezelfde steek, niet twee verschillende handelingen. De tabel met Britse en Amerikaanse steken van DMC over haaktermen laat ook zien dat andere stekenamen tussen beide systemen kunnen verschillen.

Controleer daarom vóór je begint of een patroon Amerikaanse of Britse termen gebruikt. Alleen de afkorting “dc” is bijvoorbeeld niet genoeg om dat vast te stellen: die betekent iets anders in de twee systemen. Hobbii beschrijft eveneens dat het Nederlandse half stokje overeenkomt met hdc in Amerikaanse patronen en htr in Britse patronen. De stap zelf blijft herkenbaar: omslaan, insteken, een lus ophalen en vervolgens door drie lussen halen.

Hoe haak je de steek stap voor stap?

Oefen eerst een rechte lap. Haak 14 lossen. Steek voor je eerste half stokje in de derde losse vanaf de haaknaald: de twee lossen tussen de naald en die insteekplaats vormen hier de beginhoogte. Werk vervolgens één half stokje in elke losse. Met deze opzet krijg je 12 steken in de eerste rij.

Maak elke steek met dezelfde beweging:

  1. Sla de draad één keer om de haaknaald.
  2. Steek de naald onder de bovenste twee lusjes van de volgende losse of steek.
  3. Sla de draad opnieuw om en haal hem door de steek naar voren. Er staan nu 3 lussen op de naald.
  4. Sla de draad nog één keer om en trek hem in één keer door alle 3 lussen.
  5. Controleer of er weer 1 lus op je haaknaald staat; daarmee is één half stokje af.

Deze volgorde komt overeen met de instructie van de Craft Yarn Council voor de Amerikaanse hdc: omslaan, insteken, een lus ophalen en de draad door de drie lussen halen.

Aan het einde van de rij maak je keerlossen en draai je je werk om. Hoeveel keerlossen je maakt en of je ze als steek meetelt, hangt af van het patroon. Een veelgebruikte werkwijze is 2 keerlossen en daarna een half stokje in de eerste echte steek. Volg bij een patroon de eigen instructies; twee keerlossen tellen niet automatisch altijd als een half stokje. Een stap-voor-stap uitleg van Een Mooi Gebaar over halve stokjes gebruikt ook twee keerlossen voor een nieuwe rij en licht de insteekplaats toe.

Wat is het verschil met een vaste of een heel stokje?

De drie steken kun je aan hun hoogte en afwerking onderscheiden. Een vaste is lager. Bij een half stokje haal je de draad na het ophalen in één keer door 3 lussen. Bij een heel stokje haal je de draad in twee stappen door de lussen: eerst door 2, daarna nogmaals door 2. Daardoor is het half stokje hoger dan een vaste en lager en compacter dan een heel stokje.

Wil je patronen naast elkaar leggen, vergelijk dan ook hoe de stof eruitziet en hoeveel gaten je tussen de steken ziet. Het half stokje geeft doorgaans een vollere structuur dan een heel stokje, maar de uitkomst hangt ook af van je garen, haaknaald en handspanning. De naam alleen vertelt dus niet precies hoe groot of soepel jouw lap wordt.

Hoe controleer je je rijen en steken?

Na de eerste rij tel je 12 steken. Zet eventueel een markeerder in de eerste en laatste steek; de keerlossen kunnen anders lijken op een extra steek. Haak voor een eenvoudige controle nog 4 rijen, telkens met 12 halve stokjes. Je hebt dan een lapje van 5 rijen: de opzetrij plus 4 vervolgde rijen. Dit is een oefenvoorbeeld, geen vaste maat voor een proeflapje uit een patroon.

Let na elke rij op drie dingen: het aantal steken, de bovenkant en de zijkanten. Elke steek vormt bovenaan een klein V-tje. Steek in de volgende rij onder beide lusjes van dat V-tje, tenzij het patroon iets anders zegt. Tel je 11 steken in plaats van 12, dan is er waarschijnlijk een steek overgeslagen; tel je 13, dan heb je mogelijk in een keerlosse gewerkt of dezelfde steek tweemaal gebruikt.

Als de zijkant schuin loopt, controleer dan vooral de eerste en laatste steek van elke rij. Als er een opvallend grote opening ontstaat bij het draaien, kijk dan na of je de keerlossen steeds op dezelfde manier behandelt. Trek een foutje liever uit tot de plek waar het ontstond dan dat je ongemerkt steken toevoegt of weglaat. Een gelijkmatig aantal steken per rij is een betere controle dan alleen een rechte onderrand.

Wat doe je als het haken stroef gaat?

Blijft de draad hangen wanneer je door de drie lussen wilt trekken, maak dan de lussen op de naald iets ruimer en houd de werkdraad gelijkmatig. Trek niet hard aan de haaknaald; dat kan de lussen nog kleiner maken. Controleer ook of je bij het ophalen de draad goed hebt meegenomen en of de naald niet achter een vezel blijft steken.

Lijken de steken dicht op elkaar te zitten, maar zijn je randen recht en klopt het aantal, dan kan dat bij jouw garen en spanning horen. Vergelijk je oefenlapje met de afmetingen of stekenverhouding van het patroon als dat project daarom vraagt. Je kunt een klein proefstuk opnieuw maken met dezelfde naald en draad, met iets lossere handspanning. Verander niet tegelijk meerdere dingen, zodat je ziet welke aanpassing verschil maakt.

Wanneer de beweging vertrouwd voelt, kun je de halve stokjes in een groter project verwerken. Een patroon met stokjes vraagt wel dat je goed op de gebruikte termen let; halve stokjes en stokjes herkennen en tellen helpt je die steken uit elkaar te houden.

Veelgestelde vragen

Hoeveel lussen staan er op de haaknaald bij een half stokje?

Na het omslaan, insteken en ophalen van de draad staan er 3 lussen op de haaknaald. Sla de draad opnieuw om en haal hem in één beweging door alle 3 lussen. Na het afmaken blijft er 1 lus over. Dat is het belangrijkste controlepunt om de steek te onderscheiden van een heel stokje, waarbij je de lussen in twee stappen afwerkt.

Hoeveel keerlossen gebruik je voor een half stokje?

Dat hangt af van het patroon en van de vraag of de keerlossen als steek meetellen. Twee keerlossen worden vaak gebruikt om de hoogte van de nieuwe rij te maken, maar sommige instructies kiezen een andere aanpak. Lees daarom de patroonlegenda en volg de beschrijving voor de eerste en laatste steek; tel de keerlossen niet vanzelf mee als half stokje.

Is half double crochet hetzelfde als half treble crochet?

Ja. Half double crochet, meestal afgekort tot hdc, is de Amerikaanse naam. Half treble crochet, afgekort htr, is de Britse naam voor dezelfde steek. Controleer wel welk systeem het patroon gebruikt, want andere steeknamen, zoals double crochet, kunnen tussen Amerikaanse en Britse patronen juist naar verschillende steken verwijzen.

Waarom wordt mijn eerste rij smaller of breder?

Tel eerst de steken in je opzetketting en daarna de halve stokjes in de rij. Een steek kan zijn overgeslagen of dubbel gebruikt, vooral vlak bij de keerlossen. Bij een oefening met 14 lossen, waarbij je de eerste twee overslaat, horen 12 halve stokjes in de eerste rij. Markeer de eerste en laatste steek om de rand beter te volgen.

In de rubriek Haken