Naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op · 15 artikelen · 3 rubrieken

Atelier la Vivière

Van losse steken naar een deken vol granny squares

Een granny square lijkt misschien ingewikkeld, maar het patroon herhaalt steeds dezelfde steken. Je leert hoe de hoeken ontstaan, hoe je elke ronde uitbreidt en hoe je losse vierkantjes samenvoegt tot een groter project.

Door Marloes Visser · · 4 min leestijd

Hand met haaknaald werkend aan pastel granny square naast bolletjes wol

Wil je een deken of tas haken uit kleine vierkantjes, dan is een granny square een behapbaar begin: je oefent een paar basissteken en ziet na elke ronde hoe het motief groeit. Kies voor een eerste proeflapje liever garen waarop je de steken goed kunt zien en houd dezelfde spanning aan. Hieronder lees je hoe je de klassieke granny square opbouwt, waar je op let bij de hoeken en welke manieren er zijn om de motieven te verbinden.

Welke steken en materialen heb je nodig?

Voor een klassieke granny square gebruik je lossen, stokjes en halve vasten. Een stokjesgroep bestaat meestal uit drie stokjes die samen in één opening worden gehaakt. De hoekruimte is de opening van lossen aan de hoek van het vierkant; daarin maak je de extra steken die de vorm bepalen.

Kies voor je eerste motief een glad, lichtgekleurd garen waarop de steken goed zichtbaar zijn. De geschikte haaknaald hangt af van het garen: kijk op het etiket en gebruik die maat als uitgangspunt. Een granny-squaretutorial van Haak Maar Raak adviseert voor beginners licht garen dat niet snel splijt, zodat je de steken makkelijker kunt herkennen. Wil je eerst de basis van haken en het kiezen van naald en garen oefenen, begin dan bij de eerste haaksteken en benodigdheden.

Je kunt één kleur gebruiken of per ronde wisselen. Met verschillende kleuren zie je de rondes duidelijk terug; met één kleur valt de structuur meer op dan de kleurwisselingen. Maak eerst één proefvierkant voordat je veel garen voor een groter werk reserveert.

Hoe ontstaan de rondes en de vier hoeken?

Begin met een kleine ring van lossen en sluit die met een halve vaste. In de eerste ronde haak je vier groepjes van drie stokjes in de ring. Tussen de groepjes maak je lossenruimtes: die worden de vier hoeken. Een vergelijkbaar basispatroon staat in de klassieke uitleg van Lion Brand.

Vanaf de volgende ronde haak je niet meer in het midden van de ring, maar in de open ruimtes van de vorige ronde. In elke hoekruimte maak je twee stokjesgroepen met lossen ertussen. Zo blijft de hoek herkenbaar en groeit het vierkant naar buiten. Tussen twee hoeken haak je één stokjesgroep in elke opening langs de zijde, met een losse ertussen.

Sluit elke ronde met een halve vaste. De beginlossen kunnen in een patroon meetellen als het eerste stokje; controleer daarom steeds de patrooninstructie en tel ze niet nogmaals als aparte steek. Als de hoeken scherp blijven en de zijden zich uitbreiden, zit je op het juiste spoor.

Een groot vierkant of losse motieven?

Je kunt rondes blijven toevoegen aan één granny square, of veel kleine vierkantjes maken en die later samenvoegen. Een groot vierkant is overzichtelijk: je hoeft geen losse motieven aan elkaar te zetten. Losse vierkantjes geven meer vrijheid om kleuren te verdelen en zijn handig om tussendoor mee te nemen, maar vragen extra werk bij het samenvoegen en het wegwerken van draadeinden.

Voor een deken of tas is het handig de motieven eerst op een vlak oppervlak uit te leggen. Zo kun je de kleurvolgorde en de vorm controleren voordat je ze vastmaakt. Haak ze ongeveer even groot en houd de spanning en het aantal rondes gelijk. Kleine verschillen stapelen zich anders op langs de naden.

Hoe haak je een granny square stap voor stap?

  1. Maak een ring met lossen en sluit die met een halve vaste.
  2. Haak in de ring vier groepjes van drie stokjes. Maak tussen elk groepje de lossenruimte voor een hoek en sluit de ronde.
  3. Haak in elke hoekruimte twee groepjes van drie stokjes, met lossen ertussen. Maak tussen de hoeken een groepje in elke opening langs de zijde.
  4. Sluit de ronde en herhaal hetzelfde principe. In iedere nieuwe ronde komen er langs elke zijde extra openingen en stokjesgroepen bij.
  5. Stop wanneer het vierkant de gewenste maat heeft. Hecht af en werk de draadeinden met een wolnaald aan de achterkant weg.

De precieze beginlossen en het aantal lossen in een hoek kunnen per patroon verschillen. Volg bij een bestaand patroon de aangegeven afkortingen en tel bij je proefmotief na of elke zijde en hoek overeenkomen.

Hoe verbind je de vierkantjes voor een deken of tas?

Leg alle motieven met de goede kant naar boven in de gewenste volgorde en maak eventueel een foto van de indeling. Daarna kun je de randen met een wolnaald aan elkaar naaien, of met een haaknaald verbinden. Naaien geeft een andere naad dan een haakverbinding; kies de methode die past bij de uitstraling en stevigheid die je zoekt.

Bij de join-as-you-go-methode haak je de laatste ronde van een nieuw motief meteen vast aan een eerder motief. Je hoeft de vierkantjes dan niet eerst allemaal af te maken, maar je moet tijdens het haken wel de plaatsing en aansluitpunten volgen. De uitleg van Yarnspirations over join-as-you-go laat zien dat motieven daarbij doorgaans met dezelfde kant boven worden gehouden en dat je het verbindingsschema van het patroon moet volgen.

Werk bij welke methode je ook kiest steeds op dezelfde manier langs de randen. Controleer vooral de punten waar vier motieven samenkomen: daar kunnen de hoeken dik worden als je steken of aansluitingen dubbel telt. Haak of naai na het verbinden eventueel een rand langs de buitenkant om de projectrand af te werken.

Waaraan zie je dat je werk klopt?

Leg het vierkant plat na een paar rondes. Het hoort vier herkenbare zijden en vier hoeken te hebben. Als het trekt, kijk dan of je een hoekruimte hebt gemist of te strak hebt gehaakt. Als de randen golven, controleer dan of je niet te veel steken hebt toegevoegd. Vergelijk ook de afmetingen van meerdere motieven voordat je ze verbindt.

Bij een groter werk helpt het om af en toe de hele indeling op de vloer of tafel te leggen. Zo merk je vroeg of een rij scheef aansluit of een motief anders uitvalt. Werk de losse uiteinden pas zorgvuldig weg wanneer je tevreden bent met de plaatsing en de naden.

Veelgestelde vragen

Hoeveel granny squares heb ik nodig voor een deken?

Dat hangt af van de gewenste afmetingen en van de maat van je vierkantjes. Haak eerst één proefmotief, werk het eventueel af zoals je dat ook met de rest wilt doen en meet het daarna. Deel de lengte en breedte van de deken door de afmetingen van het motief om een eerste indeling te bepalen. Houd rekening met de naden en een eventuele rand.

Kan ik restjes garen gebruiken voor granny squares?

Dat kan, zolang de garens ongeveer dezelfde dikte hebben. Grote verschillen kunnen ervoor zorgen dat de motieven ongelijk van formaat worden of anders aanvoelen. Gebruik je verschillende kleuren, maak dan eerst een proefvierkant en vergelijk de steken en afmetingen. Bewaar genoeg garen voor de laatste ronde of de verbinding, zodat je project een samenhangende afwerking krijgt.

Wat doe ik als mijn granny square niet plat ligt?

Controleer eerst of je in elke hoekruimte de hoekcombinatie hebt gehaakt en of je geen hoek hebt overgeslagen. Een te strakke draadspanning kan het motief ook laten trekken; te losse steken kunnen juist golven geven. Leg het werk plat en vergelijk de vier zijden. Blijft het bobbelen of trekken, haal dan de laatste ronde uit en probeer die opnieuw met gelijkmatiger steken.

In de rubriek Haken