Zo herken en tel je halve stokjes en stokjes
Een half stokje en een stokje lijken op elkaar, maar verschillen in hoogte en in de manier waarop je de lussen afhaakt. Met een paar herkenningspunten kun je ze maken én je rijen nauwkeuriger tellen.
Ben je een patroon aan het volgen en twijfel je of je een half stokje of een stokje moet haken? Het verschil zit in het aantal omslagen en hoe je de lussen op je naald afwerkt. Hieronder zie je hoe je beide steken maakt, waarom de keerlossen aan het begin van een rij soms wel en soms niet meetellen, en hoe je controleert of je stekenaantal klopt. Voor de basis van garen, haaknaald en andere steken kun je ook terecht bij beginnen met haken.
Waaraan zie je het verschil tussen een half stokje en een stokje?
Beide steken beginnen met een omslag, maar je werkt de lussen anders af. Bij een half stokje haal je de draad in één keer door alle drie de lussen op je naald. Een stokje werk je in twee stappen af: eerst haal je de draad door twee lussen, daarna nogmaals door de overgebleven twee. De uitleg van HEMA over het halve stokje laat dezelfde werkwijze zien.
Daardoor is een half stokje lager en compacter dan een stokje. Het stokje geeft meer hoogte en een opener structuur. De precieze hoogte is niet voor elk haakwerk hetzelfde: garen, haaknaald en hoe los of strak je haakt spelen mee. Als je een stevig haakwerk wilt maken, zoals een tas, let dan ook op de steek en constructie in je patroon; bij een tas haken voor beginners komt dat samen.
Hoe haak je beide steken?
Begin met een lossenketting of met de steken van de vorige rij. Steek je haaknaald in de steek die het patroon aanwijst. De stappen voor het halve stokje staan ook in de uitleg van Hobbii.
Voor een half stokje:
- Sla de draad om de haaknaald en steek in de aangegeven steek.
- Sla de draad opnieuw om en haal een lus op. Je hebt nu drie lussen op de naald.
- Sla de draad nog één keer om en haal die door alle drie de lussen.
Voor een stokje:
- Sla de draad om de haaknaald en steek in de aangegeven steek.
- Sla de draad opnieuw om en haal een lus op. Er staan nu drie lussen op de naald.
- Sla de draad om en haal die door de eerste twee lussen. Je houdt twee lussen over.
- Sla de draad nogmaals om en haal die door de laatste twee lussen.
De stap-voor-stapuitleg voor een stokje beschrijft die afwerking in twee keer. Haak de steken niet onnodig strak: je moet de draad zonder trekken door de lussen kunnen halen.
Hoe tel je steken aan het begin en einde van een rij?
De keerlossen brengen je haakwerk op de hoogte van de volgende steek. Of ze ook als steek tellen, verschilt per patroon. Een patroon kan bijvoorbeeld aangeven dat de keerlossen het eerste stokje vervangen; in dat geval haak je niet nog een extra stokje in dezelfde beginplek. Tellen ze niet mee, dan haak je de eerste echte steek op de plek die het patroon noemt.
Lees dus vóór je begint hoe het patroon de keerlossen behandelt en pas die afspraak bij iedere rij toe. Zet desgewenst een steekmarkeerder in de eerste echte steek. Aan het einde tel je de steken van de rij en vergelijk je dat aantal met het patroon. Tel de keerlossen alleen mee als de instructies dat zeggen.
Hoe controleer je of je haakwerk klopt?
Tel na elke rij, zeker wanneer je steken mindert of meerdert. Het halve stokje is lager dan het stokje, dus een wissel tussen beide kan ook de hoogte en het uiterlijk van je werk veranderen. Controleer bij twijfel de bovenkant van de steken: elke steek heeft bovenaan een V-vormig lusje. Tel die V’s, met de keerlossen volgens de afspraak in je patroon.
Houd ook de randen in de gaten. Als je stekenaantal gelijk blijft maar de rand toch schuin loopt, kan het zijn dat je de eerste of laatste steek hebt gemist of dubbel hebt gehaakt. Bij rond werk, zoals een muts haken, is het handig om het begin van iedere toer te markeren. Wil je afwisselen met een lagere, gestructureerde steek, dan kun je ook de granietsteek oefenen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel keerlossen haak je voor een stokje?
Dat hangt af van het patroon. Vaak gebruik je drie lossen om de hoogte van een stokje te maken, maar soms telt de patroonmaker die lossen niet als steek. Kijk daarom naar de instructies of legenda voordat je de eerste steek van de rij overslaat. Als de keerlossen wél meetellen, vormen ze aan het begin van de rij samen de eerste steek.
Tellen keerlossen mee als steek?
Niet altijd. De ene patroonmaker telt keerlossen als de eerste steek van de rij, terwijl een andere ze alleen gebruikt om het haakwerk op hoogte te brengen. Volg steeds de uitleg van het patroon en wees consequent bij het begin en einde van elke rij. Een steekmarkeerder kan helpen om de plek van de eerste echte steek aan te geven.
Wat betekent dc in een Engels haakpatroon?
Let op of het patroon Amerikaanse of Britse haaktermen gebruikt. De afkorting dc betekent in Amerikaanse patronen een stokje, maar in Britse patronen een vaste. Controleer dus de gebruikte terminologie of de verklarende stekenlijst voor je begint. Een vertaling van alleen de afkorting kan anders tot een heel ander stekenpatroon en een andere hoogte leiden.