Naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op · 27 artikelen · 3 rubrieken

Atelier la Vivière

Zo haak je een muts die goed aansluit en mooi sluit

Wil je een muts haken die niet afzakt en prettig zit? Met een passende hoofdomtrek, een proeflapje en gelijkmatige minderingen maak je de vorm beter voorspelbaar.

Door Marloes Visser · · 4 min leestijd

Vrouw haakt een katoenen muts rondes, meet hoofdomtrek, afgewerkte paarse mutsten zichtbaar

Een muts is een fijn eerste haakproject, maar de maat valt niet alleen uit de steken op je patroon: ook je garen, haaknaald en hand van haken bepalen hoe groot het werk wordt. Kies daarom eerst een eenvoudige vorm en meet degene voor wie de muts bedoeld is. In deze uitleg werk je van die maat naar de rondes en de kruin. Heb je nog geen ervaring met lossen, halve stokjes of stokjes, begin dan bij de basis van leren haken en kom daarna terug bij dit project.

Welke maat en vorm passen bij jouw muts?

Meet met een soepel meetlint rond het hoofd, net boven de oren en over het breedste deel van het achterhoofd. Houd het lint aansluitend, maar trek het niet strak. Noteer de meting; vertrouw niet alleen op een leeftijdsmaat, want hoofdmaten verschillen.

Een muts moet doorgaans iets kleiner zijn dan het hoofd, zodat het haakwerk aansluit. Hoeveel kleiner hangt af van de rek van je garen en steek. Een stevig, weinig rekbaar haakwerk vraagt om een andere pasvorm dan een elastische boord. Gebruik daarom een patroon met een opgegeven maat als vertrekpunt en controleer tussendoor de werkelijke omtrek.

Je kunt de muts van boven naar beneden haken, met meerderingen in een cirkel, of van de boord naar de kruin, waarbij je later mindert. De eerste aanpak maakt het makkelijk om de breedte van de kruin te controleren; de tweede laat je de boord eerst passen. Voor een eerste muts is een patroon met een eenvoudige steek en duidelijke maatvoering het meest overzichtelijk. Als je liever met een kleiner project oefent, kun je eerst een eenvoudige sjaal haken.

Hoe kies je garen, haaknaald en steek?

Neem een garen dat prettig aanvoelt en waarvan het etiket informatie geeft over de aanbevolen haaknaald. Die aanbeveling is een startpunt, geen garantie voor de maat: iedereen haakt met een eigen spanning. Maak daarom een proeflapje met dezelfde steek als de muts. Meet het aantal steken over 10 cm en vergelijk dat met de stekenverhouding van het patroon.

Kom je op 10 cm op meer steken dan het patroon, dan haak je waarschijnlijk strakker; een grotere haaknaald kan het werk losser maken. Heb je minder steken, probeer dan een kleinere haaknaald. Maak na een aanpassing opnieuw een proeflapje. Meten is belangrijk, want een klein verschil in stekenverhouding werkt door over de hele omtrek.

Een eenvoudige steek houdt het begin overzichtelijk. Wil je een hogere, soepelere structuur, oefen dan eerst met halve stokjes en stokjes. Houd bij het kiezen rekening met de stof: grote openingen kunnen minder comfortabel zijn in een muts die je warm moet houden.

Hoe haak je de muts stap voor stap?

Volg bij voorkeur een patroon dat overeenkomt met jouw garen en gewenste maat. De precieze stekenaantallen verschillen per combinatie, dus neem geen aantallen uit een willekeurig patroon over.

  1. Meet het hoofd en maak een proeflapje. Noteer de hoofdomtrek en je stekenverhouding.
  2. Kies de werkrichting. Begin bovenop als je een cirkel wilt uitbreiden, of start bij de boord als je vanaf de onderrand wilt werken.
  3. Markeer het begin van elke ronde. Een steekmarkeerder helpt je de rondes te tellen, vooral als je spiraalsgewijs haakt.
  4. Werk de kruin of het lijf op maat. Bij een top-down muts meerder je gelijkmatig tot de cirkel breed genoeg is; daarna haak je zonder meerderingen verder. Bij een muts die vanaf de boord wordt gehaakt, maak je eerst de gewenste hoogte voordat je aan de kruin begint.
  5. Pas tussendoor. Controleer of de muts aansluit en of de lengte klopt voordat je afhecht.

Bij gesloten rondes verbind je het einde van een ronde volgens de instructie van je patroon. Bij spiraalrondes haak je door zonder de ronde af te sluiten; de markeerder voorkomt dat je de tel kwijtraakt. Wissel die werkwijzen niet zomaar af, want dat kan een zichtbare overgang of een andere vorm geven.

Hoe maak je de kruin netjes?

Een kruin sluit door steken gelijkmatig te minderen. Bij een muts die je van onderen haakt, verdeel je de minderingen over de ronde in plaats van ze allemaal op één plek te maken. Zo ontstaat een gelijkmatige sluiting. Het patroon bepaalt hoeveel steken je per ronde mindert en hoe vaak je dat herhaalt.

Werk je van boven naar beneden, dan ontstaan de meerderingen juist gelijkmatig rond het middelpunt. Een patroon van DROPS laat bijvoorbeeld een gehaakte muts beginnen met een kleine ring en voegt in opeenvolgende rondes steken toe; het opgegeven stekenaantal en de stekenverhouding horen bij dat specifieke garen en patroon, niet bij elke muts. Bekijk daarom de DROPS-beschrijving van een gehaakte muts als voorbeeld van die opbouw.

Trek bij de laatste sluiting de draad door de resterende steken en werk hem stevig weg aan de binnenkant. Trek niet zo hard dat de kruin plooit. Werk losse eindjes weg met een stopnaald en controleer of er geen opening overblijft.

Hoe controleer je of de muts goed past?

Meet de muts plat op tafel en vergelijk de breedte en hoogte met de maat die je nodig hebt. Reken bij plat meten de breedte van rand tot rand om naar de omtrek: twee keer de platte breedte. Pas de muts als dat kan; let erop of de rand comfortabel blijft zitten, de oren voldoende bedekt zijn en de kruin niet trekt.

Een golvende rand kan wijzen op te veel steken of een te losse spanning; een rand die naar binnen trekt kan juist te weinig steken of een te strakke spanning verraden. Een kruin met duidelijke punten of plooien vraagt om een controle van de verdeling van de minderingen. Haal zo nodig een paar rondes uit en pas de verdeling aan volgens je patroon.

Was of blokkeer de muts alleen op een manier die geschikt is voor het garen. Volg daarvoor de verzorgingsinformatie op het etiket. Meet na het drogen opnieuw: zo zie je of de stof van vorm is veranderd voordat je de muts als af beschouwt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel steken moet ik opzetten voor een gehaakte muts?

Dat hangt af van de steek, het garen, je haaknaald en de gewenste maat. Maak eerst een proeflapje in de steek die je voor de muts gebruikt en tel hoeveel steken in 10 cm passen. Vermenigvuldig dat aantal met de gewenste mutsomtrek in centimeters. Rond de uitkomst zo nodig af zodat je stekenaantal past bij de herhaling van je patroon.

Haak ik een muts van boven naar beneden of van beneden naar boven?

Beide manieren werken. Van boven naar beneden begin je met een kleine cirkel, meerder je tot de gewenste kruinomtrek en haak je daarna recht naar de boord. Van beneden naar boven haak je eerst de boord en het lijf, waarna je mindert om de kruin te sluiten. Kies de richting die past bij je patroon en waarbij je de maat tussendoor eenvoudig kunt controleren.

Waarom golft mijn kruin tijdens het haken?

Een platte cirkel golft wanneer er te veel steken bijkomen voor de steek, je haakspanning of het garen. Ligt de cirkel vlak maar trekt hij samen of krult hij om, dan zijn er mogelijk te weinig meerderingen. Controleer de stekenverhouding en vergelijk de diameter van je werk met het patroon voordat je verdergaat.

In de rubriek Haken