Haak een klein hartje met twee eenvoudige technieken
Zoek je een klein haakproject dat je meteen kunt uitproberen? Met dit patroon haak je een plat hartje in rondes, met lossen, stokjes en halve vasten.
Een gehaakt hartje past op een kaart, slinger of tas, en je hebt er maar een klein restje garen voor nodig. Hieronder vind je een eenvoudig patroon voor een plat motief: je haakt eerst twee ronde boogjes en verbindt die daarna tot één hart. Je kunt het ook in rijen proberen als je liever heen en weer haakt. Nog niet vertrouwd met de basissteken? Begin dan met de eerste haaksteken oefenen en kom daarna terug naar dit patroon.
Welk materiaal en welke steken heb je nodig?
Neem een restje glad garen, een passende haaknaald, een schaar en een stopnaald. Een stekenmarkeerder is handig om het begin van een toer aan te geven. De aanbeveling op het etiket is een bruikbaar startpunt; de Craft Yarn Council benadrukt dat haaknaaldmaten en stekenverhoudingen richtlijnen zijn en dat je je patroon of proeflapje als uitgangspunt neemt. Zie ook hun uitleg over haaknaalden en stekenverhouding.
In dit patroon gebruik je:
- l: losse;
- hv: halve vaste;
- st: stokje;
- v: vaste.
De Craft Yarn Council geeft aan dat patroonafkortingen per patroon kunnen verschillen. Daarom staan ze hier voluit toegelicht; hun overzicht van haakafkortingen gebruikt Amerikaanse termen, die niet één op één overeenkomen met Nederlandse steeknamen.
Kies je voor rondes of rijen?
Bij dit patroon werk je in rondes: je haakt twee boogjes en maakt daarvan samen één motief. Dat geeft een afgeronde bovenkant met een duidelijke inkeping in het midden. Haken in rijen is een ander type patroon: je keert aan het einde van een rij en vormt de hartvorm met steken en minderingen. Voor een eerste klein hartje zijn de rondes overzichtelijk, omdat je de twee boogjes afzonderlijk kunt controleren.
Wil je na het hartje een groter werkstuk maken, dan kun je oefenen met rechte randen in een deken met eenvoudige steken. Een kledingstuk vraagt weer om andere keuzes rond maat en vorm; daarbij helpt de opbouw van een gehaakt vestje.
Hoe haak je het hartje in rondes?
Haak twee boogjes. Gebruik dezelfde draad en haaknaald voor beide, zodat ze even groot worden.
- Maak een magische ring. Haak daarin 3 l (telt als het eerste stokje), 3 st, 3 l en 1 hv. Trek de ring nog niet helemaal dicht.
- Haak in dezelfde ring 3 l, 3 st, 3 l en 1 hv. Je hebt nu twee kleine boogjes.
- Trek de magische ring voorzichtig aan. Zo komen de boogjes bij elkaar en ontstaat de inkeping bovenaan het hart. Sluit met een halve vaste in de ring of in de eerste steek, afhankelijk van hoe je werk ligt.
- Haak 1 l. Haak langs de buitenkant van het eerste boogje 1 v in elke steek. In de punt tussen de boogjes haak je 1 v. Haak langs het tweede boogje weer 1 v in elke steek.
- Haak in de onderste punt 1 l en daarna 1 hv in dezelfde plek. Werk met vasten terug langs de andere kant, zodat de buitenrand rond wordt. Sluit met een halve vaste en hecht af.
De precieze plek waar je de vasten langs het boogje insteekt kan per haakwerk iets verschillen. Verdeel ze zo gelijkmatig mogelijk en trek de draad niet strak aan. Als een magische ring nog lastig voelt, kun je eerst lossen en basissteken oefenen; in een gehaakte ster met gevormde punten kom je ook hoeken en een strakke omtrek tegen.
Hoe controleer je de vorm en werk je af?
Leg het hartje plat neer voordat je de draad afknipt. De twee bovenboogjes horen ongeveer even groot te zijn en de punt moet onderaan liggen. Is één helft kleiner, kijk dan of je daar per ongeluk een steek hebt overgeslagen. Met de stopnaald werk je de draadeinden aan de achterkant tussen de steken weg; knip ze pas kort af als ze stevig vastzitten.
Een kleine rand kan de vorm egaler maken, maar hoeft niet exact dezelfde stekenverdeling te hebben als die van iemand anders. Het belangrijkste is dat je rondom gelijkmatig werkt en de punt en inkeping herkenbaar blijven. Wil je van losse motiefjes een groter oppervlak maken, oefen dan eerst met het aan elkaar zetten van proefstukjes voordat je een hele deken begint.
Veelgestelde vragen
Kan ik dit hartje met ander garen haken?
Ja. Met dikker garen en een grotere haaknaald wordt het hartje meestal groter; met dunner garen juist kleiner. Kijk voor een passende haaknaald op het garenetiket en maak een proefhartje als de afmeting belangrijk is. Houd je steken gelijkmatig, zodat de rondingen links en rechts ongeveer even groot worden.
Wat betekent ‘2 stokjes in dezelfde steek’?
Je haakt twee stokjes achter elkaar in één insteekpunt van de vorige toer. Zo maak je een meerdering en wordt het werk op die plek breder. Tel na afloop de steken of controleer of je beide boogjes even groot hebt gemaakt.
Kan ik het hartje groter maken?
Voor een groter hartje kun je een dikkere draad en een grotere haaknaald gebruiken. Je kunt ook een extra toer stokjes rond elk boogje haken voordat je ze verbindt, maar daardoor verandert de vorm. Probeer dat eerst met een proefstukje en controleer of de twee helften symmetrisch blijven.